2018 (1) - 18 t/m 20 april - Forten en Kampen rond Verdun

Spincourt-Verdun

Door goed te timen konden we met prachtig zonnig en warm weer vertrekken richting Verdun. Deze voorjaarstocht heeft allesin zich om een klassieker te worden. Net over de Franse grens bereikten we Lexy, waar we het Franse ossuarium met vrij behoorlijke obelisk bezochten. Ook werd iets zuidelijker in Pierrepont een Duitse tegenhanger aangedaan, rustplaats voor 3017 soldaten waarvan 1933 in een zgn Kameradengrab (massagraf). Hier geen obelisk maar een fraaie leeuw op soort boog. Erop de volzin “Und wer den Tod im heilgen Kampfe fand ruht auch in fremde Erde im Vaterland”. Gelukkig maar…

Hier komen we al in het zgn. Etappengebiet, de strook achterland achter het Duitse front, waar het vergeven was van kampementen, hospitalen, voorraden, werkplaatsen en ook artilleriestellingen. Een ervan herbergde, in het Bois de Warphemont, een zeer groot geschut, Langer Max (analoog aan Koekelare). Dat was een 380mm kanon, niet de enige aan dit deel van het front, maar even zo goed indrukwekkend. Met name hier goed te zien omdat er een replica is neergezet naast het originele emplacement. Al met een vrij uitgestrekt complex met goede uitlegbordjes erbij.

In het Bois de Spincourt bij Loison (aangegeven met borden) bevind zich een uniek complex, Camp Marguerre. Op Franse kaarten ook wel aangeduid als Le Village Nègre. Hier staan diverse (resten van) gebouwen die door de Duitsers uit verschillende soorten beton zijn gefabriceerd. Deze locatie was destijds een proeftuin voor het uittesten van de betonsoorten wat betreft duurzaamheid en weerstandsvermogen. De leiding was in handen van Hauptmann Hans Marguerre. Sommige gebouwen zijn echt goed bewaard gebleven, inclusief geschilderde of gegoten decoratie en ornamenten.

Wat meer richting front bekeken we het Gersdorff Lager. Belangrijkste overblijfsel is het telefooncentrale. De naam is nog gedeeltelijk te lezen op de gevel in fraaie letters; Fernsprechamt Gersdorf. Merkwaardig genoeg is de naam van de naamgever fout gespeld, er ontbreekt een f. In het Bois du Parinsaux kwamen we aan bij het Parinsaux-Reservelager. Onderkomens,  bunkers en loopgraven verspreid in het bos, toevallig was er net gekapt zodat het weinig moeite kosten deze te vinden. Als de begroeiing toeneemt (en dan in ieder geval in de zomer) zal dat wel wat lastiger worden, want hier geen borden met uitleg. In het dorp Gincrey is over dit onderwerp overigens een aardig tentoonstellinkje in de buitenlucht te bekijken. 

Ons kampement was een ruime stacaravan op Camping Les Beuils in Verdun. Vanaf hier kun je zo de stad in lopen (langs de citadel) en er is een restaurant en een ontbijtbroodservice. 

Bij zomerse temperaturen trokken we de volgende dag langs diverse forten en kazernes rondom Verdun zoals daar zijn de Caserne Chevert (ruine), Fort de Belrupt (paintball temple), Caserne Marceau, de beide forten in de binnenring Fort St. Michel en Fort de Belleville. Na de lunch te velde door naar de linkeroever van de Maas naar het  Fort de Vacherauville (natuurreservaat, alleen toegankelijk voor vleermuizen), Fort Marre (overgroeid, niet toegankelijk), Fort du Bois Bourrus (de brug naar de ingang is incompleet, is alleen met een gids te bezoeken (wat we in 2006 al eens deden)) en Fort de la Chaume (nog in gebruik als militair oefenterrein). De laatste stop van de dag was de enorme en zeer goed ondn=erhouden Franse Necropole “Glorieux” aan de zuidwestelijke rand van Verdun.

De laatste dag trokken we verder langs de fortenring van Verdun. Eerste stop is de door ijverige en toegewijde (rugby) vrijwilligers van begroeiing ontdane Ouvrage de la Falouse. Aldus blootgelegd geeft het binnen en buiten een mooi beeld van het Franse leven achter het front. Dat lag slechts enkele kilometers naar het oosten aan de overkant van de Maas. Opvallend zijn hier de prachtige gedetailleerde in vol ornaat poserende mannequins/poppen. Van een geheel andere orde bleek het Fort de Dugny. Geheel overgroeid dient het als achteruin achter een woning. Niemand te zien maar ook niet toegankelijk, helaaas. Niet getreurd, want wat verde naar het westen kwamen we eerst bij het  goed bewaarde “Abri du Combat DL1”. DL1 wil zeggen gelegen in de interval tussen de Forten D(ugny) en L(andrecourt). Veel combat heeft deze abri echter niet gezien zo ver achter front. Het werd alleen nog maar beter toen we het Fort de Landrecourt ontdekten. Weliswaaar op militair terrein (zoals zo vele forten), maar dat bordje zagen we pas achteraf… Vrijwel helemaal intact gebleven tijdens de oorlog, want ver achter het front gelegen kom je er de mooiste details tegen varierend van het binnenwerk van een geschutskoepel, porseleinen isolatoren, spoorrials van smalspoorlijn, houten binnenkozijnen, deurbeslag en het fraaie metselwerk. Tja, dat is het voordeel van het niet verstevigen van een fort door het te bedekken met al dan niet gewapend beton.

Van al dit fraais kwamen we bij op de Franse Necropole van Landrecourt, die zich tegen een helling heeft gevleid. Tenslotte nog even langs de Butte de Montfaucon gereden met het met fasces versierde Amerikaanse fallussymbool op dezelfde Butte.

Copyright Bas Sjoerts 2005-2020      E-mail b.sjoerts@gmail.com