2004 (3) - 11 t/m 14 mei - Parcy-Tigny (1e en 2e Slag aan de Marne)

Parcy-Tigny - Grotten- Chateau-Thierry - Compiegne-Soissons-Chemin des Dames

Dè grote trip van 2004. Thema was de 1e en 2e Slag aan de Marne (1914 en 1918). Vantevoren hadden we via Gites de France een huisje geboekt voor één week in Parcy-Tigny, even ten zuiden van Soissons. Gunstig gelegen om alle bezienswaardigheden te bezoeken.

Maandag 11 mei 2004

Max, Dick en Jaap gingen maandag al op pad om kwartier te maken. Daniël, Joram en Bas volgden maandagavond in de gehuurde Renault Trafic van Ad-Rem in Maastricht.Na een lange rit van Apeldoorn via Maastricht (bus en Joram halen), Luik, Namen, Mons, Valenciennes, St Quentin, Soissons om ca. 1.30 uur in Parcy-Tigny aangekomen. We hadden nota bene 5 slaapkamers, een ongekende luxe, een keuken, woonkamer en terrasje. Voor zo'n uitstapje voldeed dit prima.

Dinsdag 12 mei 2004

Wat later dan gewoonlijk begeven we ons naar de eerste stop, het Duitse militaire kerkhof van Parcy-Tigny. Ernaast is nog een, wat vervallen, Frans monument van de 5e cavaleriedivisie.  Via de D1 reden we naar de Butte de Chalmont. Op deze heuvel is gelegen het "Monument National de la 2me Victoire de la Marne 1918. Onderaan de heuvel staat een Marianne en erboven torent de beeldengroep "Les Fantômes". Bovenop een heuvel gelegen biedt het een fraai uitzicht over het glooiende platteland. Loop je door naar de achterzijde van de beelden, dan tref je daar wat hakenkruisgraffiti aan. Verder de heuvel op zijn nog wat vage contouren van loopgraven te ontdekken.

Via Coincy (foto’s van de kerk in de oorlog en nu) naar het Bois du Châtelet.

In dit bos even buiten Brécy hadden de Duitsers in 1918 een emplacement gebouwd met daarop een lanceerinrichting voor een zeer groot kanon, La Grosse Bertha (Dikke Bertha). Van hieraf werd Parijs beschoten. In de Michelin-reisgids van 1919 stond hier zelfs nog een foto van. Nadat we zo'n anderhalf uur door een groot deel van het bos hadden doorgestruind vonden we zo'n 60 meter van de verharde weg een ronde poel (waarschijnlijk de ondergelopen fundamenten).

De volgende stop is het American Chateau-Thierry Memorial op Côte 204. Een heuvel net buiten de stad met weergaloos uitzicht over de Marne-vallei. Op de westzijde zijn twee figuren weergegeven die Frankrijk en America moeten uitbeelden. Het wit-roze marmer licht prachtig op in het zonlicht. Op de oostzijde staat in het marmer nog een kaart van de gevechten in de regio. Het geheel is strak onderhouden en oogt imposant.

Niet ver naar het noorden ligt Belleau Wood, naast het plaatsje Belleau. Het plaatsje wordt overschaduwd door het grote amerikaanse militaire kerkhof, het Aisne-Marne American Cemetery. Rechts na de ingang weer een voorbeeld van de manier waarop de Amerikanen omgaan met hun oorlogsdoden(-helden). Het bezoekerscentrum oogt tegelijk degelijk en uitnodigend en is voorzien van divers informatiemateriaal, het onvermijdelijke portret van George W. Bush en (altijd handig in Frankrijk) schone toiletten. Een toren waakt over de doden. De Fransen noemen het Bois du Brigade Marines. In het bos staat  her en der wat veldgeschut en op de grond liggen bronzen plaquettes die het verhaal vertellen van de 4th Marine Brigade die hier zware gevechten hebben geleverd in juni 1918. 

Onze route vervolgden we via de opvallende plaats-(en voor)namen Lucy en Charly en de nieuwe TGV-Est lijn naar Luzancy, waar de BEF op de terugtocht vanaf Mons de Marne overstak. Even verder aan de Marne, in La-Ferté-sous-Jouarre staat een groot monument uit 1928 voor alle 3888 Britten die vielen in augustus en september 1914 tijdens de Retreat From Mons, Slag bij Le Cateau en 1e Slag aan de Marne. Vlakbij, naast de nieuwe brug staan op beide rivieroevers nog 2 obelisksen die de plek markeren waar de BEF een pontonbrug had gebouwd vanwaaruit de opmars begon.

Omdat de dag ten einde loopt, besluiten we niet door te rijden naar Meaux (de Duitsers kwamen verder...) en via o.a. Neuilly-St. Front (what's in a name), Billy(weer een voornaam)-sur-Ourcq(die hier zo'n beetje ontspringt) terug te rijden naar onze homebase. 

Woensdag 13 mei 2004

Na een best ontbijt met vers Frans stokbrood en pain-au-chocolat uit Hartennes gingen we, wat vroeger dan op dag 1, op weg naar het westen. In het Fôret de Retz en rond Compiègne zijn vooral nog overblijfselen en monumenten te vinden die herinneren aan de 2e Slag aan de Marne in 1918. Eerste stop was Longpont, met zijn kathedraal-ruïne ( Abbaye de Longpont). Ook hier waren de situaties van de foto's uit 1919 nog duidelijk herkenbaar. In 85 jaar is er hier relatief weinig veranderd. We lieten ons verder leiden door het elders op deze site genoemde Franse routeboek naar het Fôret de Retz. In dit grote bos lag in 1918 een heel Frans leger verscholen onder leiding van Generaal Mangin. Maar eerst passeren we een monument aan wat op het oog een Nederlander zou kunnen zijn, Gouverneur-Generaal Van Vollenhoven van Frans West-Afrika en en plaatselijke koloniale leger. Over een smalle, glooiende weg door het "kathedraal-achtige" bos komen we na het oversteken van de N2 bij het Monument Mangin. In 1918 gebruikte hij hier, op het hoogste punt, een uitkijktoren (brandtoren) om de troepenbewegingen van zijn leger en dat van de vijand te observeren. De toren is er niet meer en ook het uitzicht wordt bedorven door de hoog opgeschoten bomen. Een eindje verder komt de weg uit op de D81, waar een privé-monument staat voor de zoon van Lord en Lady Cecil, opgericht door zijn ouders. Hijzelf ligt even verderop linksaf richting Chateau-Thierry begraven in één van de opmerkelijkste Britse begraafplaatsen van het front, het Guard's Grave Cemetery. Veel grafstenen (uit 1914) zijn direct in de vuurstenen muur gezet, en er is zelfs één grafsteen voor 19 soldaten!

Het is inmiddels zo rond 12 uur en omdat de Clairière de l'Armistice door de franse lunchgewoonte pas om 14 uur weer opengaat besluiten we eerst wat grottenonderzoek rond Amblény te gaan doen. Via de D81 en het Croix de Gironde, Coevres, Laversine naar Amblény. Hier was zowaar een café open waar we van degelegenheid gebruik hebben gemaakt om even koffie te drinken. Hierna troffen we in het gehucht Maubrun zowaar wat grotten aan, maar die waren allen als opslagruimtes in gebruik en lagen ook achter woningen waardoor we er niet in konden. Op het kruispunt met de oude Romeinse weg "Chaussee Brunehaut" vonden we een onbeschreven grafmonument uit WO1 (op de kaart aangeduid als "tombe"). Deze chausse ligt verhoogd in het landschap en is kaarsrecht en is daardoor nog goed herkenbaar in het landschap.  Even verder, in Cheneux, vonden we wat meer grotten. Hier waren duidelijk sporen uit WO1 te vinden (inkervingen, jaartallen, pijlen e.d.) Ook waren er in de velden luchtkokers zichtbaar. Aan de weg stond een groot metalen geklinknageld vat waarvan we niet weten waar het voor diende.

Via de D2 en de N31 naar Compiègne gereden, daar wat picknick-eten gekocht op les Beaux-Monts (134m) geluncht. Dat ze ook in de 18e eeuw vreemde dingen deden, blijkt wel uit deze plek, want toen heeft de koning voor zijn vrouw een ca. 150 meter brede gang door het bos van Compiègne laten hakken tot de top van deze heuvel waardoor zij een vrij uitzicht had erop. Wij zijn hem hiervoor zeer dankbaar. Wel waait er een frisse wind. Het is 14.30 geworden, hoog tijd om verder te gaan naar de Wagon van de Wapenstilstand (met daarin een museumpje).

In een open plek in het bos werden hier op 8 november 1918 twee treinen naast elkaar geparkeerd (dit is op het voorterrein nog zichtbaar gemaakt door de rails die er liggen), één met de Duitse delegatie en één met de geallieerden. Na dagenlange onderhandelingen werd uiteindelijk om 5.10 uur op 11 november 1918 de wapenstilstand getekend in wagon 2419D. Om 11 uur zouden de beschietingen eindelijk stoppen. De originele wagon is door de Duitsers in WO2 meegenomen verwoest, wat er nu staat zijn allen replica's (ook het meubilair en de documenten). Ook de plek waar de wagon nu staat is niet origineel. Deze ligt buiten, gemarkeerd met een steen tussen de rails. De wagon staat in een loods en erachter bevindt zich een heel aardig museum met als persoonlijk hoogtepunt de prachtige stereo-foto's. Het feit dat dez hier gratis zijn zal daar een bijdrage aan hebben geleverd. Een nadeeltje ervan is dat je er scheel van wordt als je er te lang instaart.

We vervolgen de Franse route via Rethondes, St Crépin-au-Bois tot Tracy-le-Mont (weer een voornaam). Hier verwijst een nieuw bordje naar "Carrières 1914-1918". Maar het weggetje loopt dood in een weiland en iedereen waaiert uit om te zoeken naar een grot. Het enige wat gevonden wordt is een ingang van wat lijkt een bunker of grottencomplex te zijn. Helaas was dat gelegen op omheind privé-terrein en de eigenaar was net buiten bezig in zijn tuin.

En nadat we één van ons ervan hebben moeten overtuigen dat hij echt niet zou worden achtergelaten in dit "niemansland" vervolgden we onze weg naar Nampcel langs twee Duitse begraafplaatsen. In Nampcel staat rechts van de weg een Abri du Kronprinz. Daarvan zijn er meerdere langs het westfront, deze is half overwoekerd, maar verder in redelijke staat. Trek je niets aan van de buren, die zijn het nou wel gewend. Hun huis is jonger dan de bunker. Strategisch goed (lees veilig) gelegen in een diep dal kun je nog wat van de relatieve luxe terugvinden waarin de kroonprins het front bezocht. Kijk bijvoorbeeld eens naar de redelijk intacte tegelvloer.

Via de D145 reden we langs een qua jaartal (1915-1918) vreemd tankmonument binnendoor via Autreches en Berry (voornaam) naar Vingré. Hier staat een Frans monument voor 6 gefusilleerde Franse soldaten die volgens hun commandant te weinig voelden voor de Franse manier van aanvallen tot het uiterste (attaque á l' outrance) en als voorbeeld moesten  dienen voor hun kameraden. Dit was niet tijdens de muiterij van 1917 maar in oktober 1914!

Hierna reden we langs Confrécourt Ferme en kwamen we bij het Croix Brisée. Als laatste stond die dag op het programma de befaamde Carrières des 1e Zouaves, daar vlakbij. Op de IGN-kaart stond de ligging niet helemaal duidelijk aangegeven en op de gok zijn we het dal van de Aisne ingereden naar Vaux. Achter het dorp liep een pad de heuvel op, maar omdat we met een busje waren konden we met de auto niet verder. Dus te voet. Maar we hadden geen idee hoe ver het nog was. Na ongeveer 1 tot 1,5 km te hebben verkend zijn we onverichterzake teruggekeerd naar de auto. In Vic-sur-Aisne nog even boodschappen (w.o. vuurwerk) gedaan en naar Soissons gereden. Hier begon de gebruikelijke moeizame en vaak irritante zoektocht naar een betaalbaar en lekker restaurant in Frankrijk. Uiteindelijk belandden we bij een Tunesiër. Iets waar we de volgende dag nog plezier van hadden...

Donderdag 14 mei 2004

Na het gebruikelijke ochtendritueel gingen we weer op weg naar wat we gisteren niet konden vinden, de Carrières des 1e Zouaves. Vol goede moed, want in  onze literatuur hadden we een nieuwe aanwijzing gevonden. De oude steengroeve is te bereiken via het ook gisteren al bezochte Croix Brisée bij Confrécourt. We waren er gisteren dus maar een paar honderd meter vandaan geweest. Vanaf het gebroken kruis voert een onverharde weg naar een T-splitsing. Daar linksaf bij een vervallen houten bordje. En ja hoor, ja zo'n 300 meter doemden in de struiken rechts de omtrekken op van wat WO! activiteiten. Het bleek een groot complex, deels in grotten (afgesloten met hekken) en deels op de steengroeve gebouwd. Er waren sporen van eerdere bewoning (boerderij?) en ook in de grotten waren makkelijk tal van afbeeldingen uit de oorlog te ontwaren. Bovenop de grotten stonden nog wat ruïnes en er waren ook amateur-archeologen bezig geweest om hun eigen loopgraafjes te maken in de hoop wat souvenirs te vinden. Maar geen bijozndere vondsten, alleen glaswerk, knopen, gespen, shrapnel en meer metaal.

Hierna besloten we naar het hoofddoel van de dag te sturen, de befaamde Chemin-des-Dames. Daarvoor wilden we eerst naar Coucy-le-Chateau met haar Emplacement du Grosse Bertha. Op weg naar Coucy bleek de D13 afgesloten te zijn, waardoor we noodgedwongen om moesten rijden. Daardoor kwamen we geheel onverwacht bij de grote Duits-Franse begraafplaats in Crecy-au-Mont. Waar we anders nooit gekomen zouden zijn. In de frontstreek vind j ewel vaker van zulke meevallers, er is namelijk overal wel wat te zien.

Omdat de volledige naam van het plaatsje Coucy-le-Chateau-Auffrique is kort ik het verder af tot Coucy. In oktober 2002 waren Dick, Jaap en ik al eens eerder hier geweest en nu was het tijd voor de anderen. Er staan duidelijke richtingbordjes dus het emplacement was zo terug te vinden. Maar anders dan in het Bois du Châtelet is hier wel degelijk een soort betonnen amfitheater terug te vinden. En je kan je een vorstelling maken van het enorme kanon wart hier gestaan moet hebben. Dat moet ook wel, want de Eiffeltoren in Parijs is 104 km ver weg. In Coucy hebben we koffie gedronken en zijn we vervolgens naar nog een bekende plek gegaan, Vauxillion.

In Vauxillion ligt naast de spoorlijn Soissons-Laon een groot Frans kerkhof, een Nécropole Nationale. Eromheen verspreid liggen een aantal bunkers en in de grond liggen nog vele stille getuigen. Vorige keer vonden we granaat en resten van oude grafzerken. Nu granaatsplinters, kogels en zelfs een franse munt uit 1879. Daarna was het tijd voor een heerlijke picknick in de spoorberm. Het smalle betonweggetke de heuvelop volgend bracht ons naar de ingang van een grot die we jaren eerder al eens hadden bezocht. Toen waren we slecht voorbereid, nu waren we voorzien van genoeg zaklampen, een afzetlint om de weg te markeren en een flare voor noodgevallen. We bleken niet de eerste met het idee van het afzetlint te zijn, want in de grot lag al meer van dat spul. De grot kon nu dus wel grondig worden onderzocht en we stuitten op dezelfde tekeningen als de vorige keer, maar de grot bleek kleinder dan verwacht. Wel hebben we nog een andere uitgang gevonden. Deze en andere grotten, steengroeves en mijnen werden gebruikt als opslagplaats, noodhospitaal, hoofdkwartier of schuilplaatsen. De soldaten die erin hebben gewoond, gewerkt en geleden hebben er hun sporen achtergelaten. Juist die persoonlijke tint geeft die plekken iets speciaals.

Even voor de Moulin de Laffaux met zijn vele monumenten ligt rechts van de weg een militair terrein. Nieuwsgierig als wij zijn zijn we langs een steile helling naar beneden gekropen om vervolgens op een ontmanteld kazerneterrein uit te komen. Niet uit WO1, maar wel leuk om gezien te hebben. Even verder links de N2 op en dan rechts die beroemde weg de Chemin des Dames op. Op dat moment was men net bezig een nieuw stuk van de N2 aan te leggen waardoor er een indrukwekkend zicht ontstond op het nieuwe tracé. Helaas vonden we tussen al die verschoven aarde geen souvenirs. Via het al eerder bezochte Fort de Malmaison en de (ontluisterende) Caverne du Dragon naar het Plateau de Californie. De weg is prachtig hoog gelegen boven de dalen van de Aisne in het zuiden en de Ailette in het noorden. De Duitsers dus links en de Fransen rechts boven en onder de grond slecht enkele meters van elkaar verwijderd. Dat het plateau strategisch is gelegen wist ook Napoleon al in 1815, toen hij 100 jaar voor WO1 hier al slag leverde, getuige zijn standbeeld. Via Craonne en Craonelle (beiden tijdens WO1 compleet verwoest en na de oorlog heropgebouwd) daalden we af naar het dal van de Aisne. Langs de rivier keerden we weer huiswaarts. Onder ons, in de voormalige Mairie vergaderden de Fransen over de toekomst terwijl vergaderden over het verleden.

Vrijdag 15 mei 2004

Om 8 uur al opgestaan omdat het huisje om 9.30 uur schoon moest worden opgeleverd. En met ieders inzet lukte dat prima; we lieten het zelfs schoner achter als we het hadden aangetroffen. De borg kregen we terug en zo begon de terugreis. Maar eerst ontbijten. Dat zou dan moeten gaan gebeuren in Soissons. Om 9.40 waren we er al en eigenlijk hadden we beter moeten weten. Fransen en ontbijten, dat gaat niet zo goed samen. En zeker niet buiten de deur. Na eerst de Cora supermarkt te hebben geprobeerd (alleen een brioche en een koffie te koop) maar gewacht tot 01 uur toen de naastgelegen McDonalds openging. Eindelijk konden we dan om 10.30 weg naar de eerste stop, het Fort van Condé. Op internet zag het er indrukwekkend uit. In het echt viel het tegen in de zin dat het een beetje te goed gerestaureerd is. Ondanks het feit dat wij van de achterzijde het fort waren genaderd via een smalle en slechte onverharde weg kwamen uiteindelijk toch in de buurt. En dan stuit je op mooi gemaaide grasvelden, pas geplante boompjes, verlichting, moderne hekwerken en dat alles maakt dat het fort meer wegheeft van een speelterrein of park dan van een fort. Niet onze smaak fort in ieder geval.

Via D925 langs de Aisne kwamen langs de enorme Franse de Duitse begraafplaatsen bij Soupir. Deze gesneuvelden liggen hier eigenlijk alleen maar door de eigenwijze opvattingen van de Franse opperbevelhebber Nivelle. Hij dacht in 1917 (dus met 23 jaar loopgraafervaring en honderdduizenden doden en gewonden al achter de rug) dat hij de Duitsers wel even van de heuvelrug hoog boven de rivier de Aisne (dus op de Chemin des Dames) zou stoten. De verwachting was dat in zeer korte tijd de frontlinie een aantal kilometers zou opschuiven. Deze verwachtingen waren echter zó optimistisch, dat men niet veel werk had gemaakt van de inrichting van eerste hulpposten en veldhospitalen achter het front. Men rekende immers op niet meer dan 10.000 gewonden (het werden er uiteindelijk 120.000). Nivelle zelf bleef het toonbeeld van optimisme en snoerde zijn critici de mond met one-liners: “Wij hebben de formule, de overwinning is zeker”. En dat zegt genoeg over deze man. En daarom liggen er nu 7236 Fransen en 11.089 Duitsers.

Vele jaren voor deze trip waren een aantal van ons al eens geweest bij het Musée du Souvenir. Toendertijd was het museum gesloten en konden we door de kieren van de planken in de schuur gluren. Achterin de tuin was zelfs een soort van overdekte loopgraaf nagebouwd. Jarenlang piekerden we erover waar dat ook weer was. Nu we er ineens langsreden wisten we het: Bourg-et-Comin. De schuur was er nog maar het was duidelijk geen museum meer. In de schuur geen WO1 memorabilia. Toen maar eens achter in de tuin gekeken: en ja hoor de overdekte, nu vervallen en overwoekerde loopgraaf was er nog. En wat mooier was, boordevol spullen uit WO1! Een echte Franse jas van een poilu, een bord van een Duitse begraafplaats, grafstenen (!), munitie, shrapel, borden en bestek, helmen etc etc. Snel pakten we wat we mee konden nemen want de honjes van de buren maakten al een hels kabaal. Net toen we bij de weg en de auto aankwamen kwam er een auto aanrijden en liepen er twee man het terrein op om polshoogte te nemen. Als een speer laadden we alles in en reden weg. Met zeker een paar honderd euro aan gratis souvenirs.

Via het tankmonument bij Berry-au-Bac reden we via de N44 en Loivre naar Brimont. Daar staat, even buiten het dorp, een fort. Dit fort maakt deel uit van de fortenring rond Reims. Omdat er geen enkele aaanwijzing was vonden we het pas na enig zoeken. Dit fort was meer onze stijl. Overwoekerd en moeilijk te vinden. Altijd weer een overwinning als je er dan toch in kunt komen. Meestal zijn deze terreinen officieel niet toegankelijk, omdat het vaak militair terrein is. Maar dat heeft ons er nog niet van weerhouden een fort te bezoeken. En als je dan al iemand tegenkomt, wat hoogst zelden gebeurd, dan heeft dat nog nooit problemen opgeleverd. In dit geval was er zelfs keurig een pad gemaaid zodat je zo de droge gracht in kon lopen. Rondom gelopen toen we aande voorzijde de normale ingang vonden en we toegang hadden tot het fort. Het is goed bewaard en veel is nog intact. Een mooi fort en strategisch goed gelegen op een heuvel.

Omdat we nu toch in de buurt waren hebben we de wereldberoemde kathedraal van Reims bezocht. Zowel van binnen als van buiten een prachtig bowwwerk, helaas voor ons nu even in de steigers. Toen was het weer tijd voor een laatste picknick. Als plek was gekozen Cernay-les-Reims, waar een Duits kerkhof een mooie achtergrond zou kunnen vormen. Daar aangekomen was er geen goede plek te vinden en noodgedwongen kwamen we uiteindelijk uit in Isles-sur-Suippe. Waarbij het riviertje een bekende klank is voor de WO1 slagveldkenner. Via de nieuwe A34 waren we snel in België. Daar reden we toevallig nog langss een Frans-Duitse begraafplaats uit het prilste begin van de oorlog, de Slag aan de Grenzen, die hier in de Ardennen en verderop in Lotharingen en de Elzas is uitgevochten. Maar dat is voor een volgende keer.

Uiteindelijk waren we om 19.30 uur in Maastricht voor het zo langzamerhand traditionele diner in de Chinees. En met een laatste vuurwerkknal gaat dit verhaal uit.

Copyright Bas Sjoerts 2005-2016            E-mail b.sjoerts@gmail.com